“Dames, heren, anderen. Slaven van het algoritme! Welkom bij het concert. Dit is geen amusement, maar een audiovisueel protocol dat via intensiteit, contradictie en ritueel ingrijpt op je brein en psyche. Blijf kalm en houd je adem in. Deelname is verplicht. Plezier is optioneel. Als je je ongemakkelijk voelt, is dat oké. Wij zijn Laibach.”
Hoe onnavolgbaar en onorthodox wil je het hebben? De computergestuurde vrouwenstem die het optreden van het Sloveense kunstcollectief inleidt, kiest daarvoor wel een heel curieuze manier. Maar het weerspiegelt doeltreffend waar dit rockende gesamtkunstwerk voor staat. Welkom in de heerlijk schurende wereld van Laibach, een wereld waarin ironie, confrontatie, controverse én humor een monsterverbond gesloten hebben.
Laibach is een geval apart. Bijna een halve eeuw lang tart het gezelschap de popwereld. Het gebruik van dubieuze symbolen, verpletterende marstempo’s, militaire outfits en Wagneriaanse bombast heeft de wenkbrauwen vaak doen fronsen, net als die spraakmakende optredens in Noord-Korea. Maar niets is wat het lijkt bij Laibach. Achter al die toestanden schuilt altijd een dubbele bodem – als geen ander verstaat Laibach de kunst om de toehoorder op het verkeerde been te zetten.
In dat licht moet ook het nieuwe studioalbum Musick worden gezien. Op het eerste gehoor een wanstaltig product vol infantiele Eurodance, K-pop en aanverwante synthetische pulp, maar bij nadere bestudering een briljant commentaar op de huidige staat van de popmuziek. Muziek is verworden tot een AI-gegenereerde eenheidsworst, die via algoritmische kunstgrepen in ons collectieve geheugen wordt geramd. Inderdaad, om ziek van te worden.
Laibach heeft zich met succes op dit fenomeen gestort en presenteert het resultaat in een bomvol Doornroosje. Onder aanvoering van de onheilspellend grommende bariton Milan Fras krijgen de tien tracks van Musick een briesende, nietsontziende uitvoering. De mokerharde, niersteenvergruizende bassen die live aanmerkelijk meer power bezitten dan op de plaat, laten zelfs de meest lichtvoetige deuntjes het karakteristieke Laibach-idioom binnenmarcheren.
De titeltrack, die de fluorescerend paars-roze belichte zaal onverbiddelijk wakker schudt, zet de toon. En die is een vat vol tegenstrijdigheden. Zoals de barse frontman het verwoordt: Music, the key, the answer, my life en Music is the food of love (vrij naar William Shakespeare), maar door het overvloedige en gemanipuleerde aanbod ook ziekmakend: I’m sick of music, deep sick.
In dit wankele evenwicht tussen adoratie en afschuw maken twee danseressen hun opwachting – alsof het allemaal niet diffuus genoeg is. Halverwege de show krijgen zij het publiek zelfs zover te participeren in een heuse dancework-out. Het is fascinerend om te zien hoe Laibach de traditioneel in het zwart gehulde meute onderwerpt. Maar er is ook geen ontkomen aan: wij allen zijn slaven van het algoritme.
De tracks van Musick (met spitsvondige titels als Keep It Reel, Allgorhythm en Yes Maybe No) worden aangevuld met nummers van het in november te verschijnen vervolg Musick: Encore. Verder zijn er de soms wel erg lange muzikale intermezzo’s. En natuurlijk de onvermijdelijke covers. Notoir zijn historische herinterpretaties van Sympathy For The Devil, Let It Be of The Sound Of Music; deze avond staat Love On The Beat van Serge Gainsbourg op het menu. Dit keer in een vermorzelende versie die in niets herinnert aan het origineel. In de toegift wordt Mama Cass Elliot geëerd met Make Your Own Kind Of Music, wellicht de sleutelsong van deze set.
Maar het absolute hoogtepunt is een waanzinnig mooie versie van Das Göttliche Kind, een dramatisch samenspel van dans, videoprojecties en hypnotiserende muziek. Het is een vorm van totaaltheater die zijn gelijke niet kent. Al moet je daar natuurlijk wel gevoelig voor zijn. Inmiddels verschijnen allerlei citaten op de achtergrond. Een daarvan is van U2’s Bono, die ooit over Laibach verklaarde: “I don’t get it.” Een groter compliment is nauwelijks denkbaar.
Gezien: 7 oktober 2026, Doornroosje Nijmegen


