Nederland is Stones-gek. Waar elders in Europa nog voldoende tickets verkrijgbaar zijn voor de Fearless-tour van Ronnie Wood, is ook de tweede avond in Paradiso radicaal uitverkocht. En dat voor die stevige ticketprijs van ruim tweehonderd euro. De vraag is natuurlijk: was het dat waard?
De kans dat je een Rolling Stones-lid pal voor je neus hebt staan, is niet bijster groot. Hoewel, ruim dertig jaar geleden maakte de band tijdens de Voodoo Lounge-tour al eens een onverwacht uitstapje naar de hoofdstedelijke poptempel. Toen nog met Charlie Watts, maar zonder de gestopte Bill Wyman. Uniek is deze gebeurtenis dus niet, maar toch. Daarnaast is het maar de vraag of de Rolling Stones ooit nog een keer live te zien zullen zijn.
Dat maakt Ronnies opwachting in een vooral met vijftigplussers gevulde zaal bijzonder. De schrik slaat je wel om het hart als de fragiele 79-jarige gitarist opkomt. Onzeker op de benen, wat onduidelijke kreten uitslaand. Als hij dan het statement van de avond It’s Only Rock ‘n’ Roll (But I Like It) inzet met de traagste Chuck Berry-riff ooit, zakt je de moed in de schoenen. De begeleidende AMMO-band sloft er als een moeilijk startende diesel achteraan. Als dat maar goed komt.
Want echt soepel loopt het aanvankelijk niet in Paradiso. En dat is eigenlijk een wonder: met bassist Willie Weeks en drummer Andy Newmark heeft Ronnie een super ritmetandem achter zich staan. Net als Johnny Lee Schell (gitaar) en Andy Wallace (toetsen) deelden zij het podium met de groten der aarde. En toch komt het geheel over als een sessie in een oefenhok. Maar pas op: wellicht is dat juist de charme van dit optreden.
Daar komt bij dat Ronnie Wood, die met deze tournee zijn 60-jarig rockjubileum viert, zich openbaart als een toegankelijke, amicale gast die continu contact met het publiek zoekt. En gaat er even iets anders dan gepland, dan maakt Ronnie er wel een lolletje van. Want ook dat is Ronnie: de komiek die het leven zo heeft omarmd dat het hem bijna de kop heeft gekost. Maar hij is er nog, mede dankzij zijn liefde voor de rock-, blues- en countrymuziek.
Die liefde is hoorbaar in Am I Grooving You, een cover van Freddie Scott. Ronnie zingt (nou ja, raspt), bespeelt de mondharmonica en soleert op gitaar het nummer naar een bezwerende bluesjam. Hij oogt geconcentreerd en heeft regelmatig oogcontact met zijn bandleden, die telkens weer verrast lijken door de koers die de roerganger nu weer heeft gekozen. Maar uiteindelijk komt alles op zijn pootjes terecht. Helemaal als de zangeressen Chanel Haynes en Imelda May vocaal de touwtjes in handen nemen.
De setlist bestaat uit een selectie covers – van Bob Dylan tot Chuck Berry en van The Shangri‐Las tot Aretha Franklin. Maar het biedt ook een overzicht van Ronnies carrière, die via Jeff Beck naar Faces en Stones loopt. Meestal pakt dat op het podium goed uit, soms niet. Een ‘moeilijk’ nummer als Flying, afkomstig van het eerste album van de Faces uit ’71, komt ondanks de powerzang van Haynes niet uit de verf, terwijl Show Me van zijn soloalbum Now Look wel lekker weg rockt.
En de Stones? Die komen ook aan bod, zij het gedoseerd. Het pompende reggaeritme van Hey Negrita is oké. De rudimentaire, country-uitvoering van Honky Tonk Women, getiteld Country Honk met Mera Royle op viool klinkt aangenaam authentiek. Het door de Stones weinig gespeelde Can’t You Hear Me Knocking sleept zich in bijna tien minuten voort.
Zo blijft een avond van vallen en opstaan. Vermakelijk, dat wel. De pretentieloze aanpak maakt dat het geen routineklus lijkt, Ronnies enthousiasme werkt aanstekelijk. Die vonk slaat over naar het publiek, de afsluitende Faces-hit Stay With Me laat de zaal in euforie achter. De ticketprijs is dan allang geen pijnpunt meer. Als het dat al was.
Gezien: 8 september, Paradiso Amsterdam

