
Veteranenavond in Amsterdam-Zuidoost. Om de hoek, in AFAS Live, staat de 84-jarige Paul Simon met zijn Quiet Celebration tour. ‘Breekbaar’ blijkt daar het sleutelwoord te zijn. En hier, een paar meter verderop in een afgeladen Ziggo Dome, wandelt de drie jaar jongere Eric Clapton relaxt het podium op. Twee tachtigers. Uniek is dat niet, maar toch. Ouderdom lijkt geen rol meer te spelen in de popwereld, al is het natuurlijk de vraag of een optreden op die leeftijd nog verantwoord is.
‘Breekbaar’ is in ieder geval een kwalificatie die niet van toepassing is op de – voor zijn leeftijd – nog kwiek ogende Eric Clapton. De rijzige Engelsman lijkt in goede conditie en vanaf het moment dat de Stratocaster om de schouders hangt, worden de twijfels weggenomen. Set-opener Badge steekt meteen van wal met een vlammende solo, waar op deze vrijdagavond nog veel van zullen volgen. Het is het enige nummer van Cream, Claptons rockvehikel uit de jaren zestig, dat de setlist heeft gehaald. Het obligate White Room laat Slowhand ditmaal achterwege.
Met zo’n enorme staat van dienst, die meer dan zestig jaar omspant, heeft Clapton veel te kiezen. En hoewel de reikwijdte van zijn oeuvre omvangrijk is (pop, rock, jazz, reggae, country, easy listening) ligt de focus tijdens deze tour vooral op zijn oude liefde: de blues. Hij citeert naar hartenlust zijn belangrijkste inspiratiebronnen. I’m Your Hoochie Coochie Man van Willie Dixon (vooral bekend geworden door Muddy Waters), Before You Accuse Me van Bo Diddley. En met maar liefst drie nummers eert hij bluespionier Robert Johnson: Kind Hearted Woman Blues, Cross Road Blues en Little Queen of Spades.
Covers zijn altijd een belangrijk onderdeel geweest van Claptons optredens en soms lijkt het alsof hij zijn eigen materiaal van ondergeschikt belang acht. Dat zou onterecht zijn, getuige de bevlogen uitvoeringen van Tearing Us Apart en Old Love. Maar het grootste deel van de setlist wordt opgeslokt door het werk van derden. Dus ook JJ Cale (Cocaine) en Bob Marley (I Shot the Sheriff) ontbreken niet.
Het eerste deel van de twee uur durende show is elektrisch. Clapton is ook vocaal in vorm en de band vervult perfect een dienende rol met enige ruimte voor improvisatie. Daarin lijken de spelers elkaar soms even kwijt te raken – een korte blik van verstandhouding is echter voldoende om de dampende blues-stoomboot weer op koers te krijgen.
Af en toe zakt het tempo ver in. En ja, op bepaalde momenten oogt het geheel nogal statisch. Maar telkens is het de briljante techniek die de doorslag geeft. Zelfs bij Eric Clapton, niet bepaald een ras-entertainer, zie je een glimp van spelplezier terug. Zoals na de onverwachte uitvoering van If I Don’t Be There by Morning (met daarin een snufje van Wilson Pickett’s In The Midnight Hour) door triomfantelijk uit te roepen: “Vijftig jaar niet meer gespeeld!”
Minder verrassend wordt het versterkte deel afgewisseld met een akoestische set. Maar ook daarin toont Clapton zich de meester. Geheel solistisch, zittend op een Perzisch tapijt, transformeert hij de kolossale hal in een knusse huiskamer. Bijna prevelend vertolkt hij Kind Hearted Woman Blues en Nobody Knows You When You’re Down And Out, zachtjes meegezongen door een in vervoering geraakte zaal. Bij Layla en Tears In Heaven sluit de band weer aan.
Daarna gaan de pluggen terug de versterkers in en stoomt het gezelschap op naar een meeslepende finale. Organist Tim Carmon laat zijn Hammond huilen, good old Chris Stainton prikkelt de band met vurige solo’s. Maar ondanks de ruimte die hij zijn mensen geeft, blijft de stergitarist het onbetwiste middelpunt. Soeverein, statig, virtuoos.
Is een optreden van een tachtiger nog verantwoord? Het antwoord van Eric Clapton is glashelder.
Gezien: 24 april, Ziggo Dome Amsterdam
