David Byrne, ooit de hoekig ogende voorman van de Amerikaanse new-waveband Talking Heads, zit tegenwoordig uitstekend in z’n vel. Zijn laatste soloalbum Who Is The Sky? is een verzameling opgewekte en dansbare melodieën. Tijdens de eerste show van het tweeluik in Amsterdam maakt een uitverkochte Afas-hal kennis met een goedgemutste Byrne die anekdotes deelt, een inkijk in de privésfeer geeft, gitaar speelt, zingt én danst. En dat op zijn 73e.
De wereldtournee waarmee Byrne zijn album promoot, borduurt voort op de voorganger American Utopia, acht jaar geleden alweer. Toen koos hij verrassend voor een onorthodox concept met een constant marcherende, dansende band die dankzij de draagbare instrumenten dynamisch over het podium kon manoeuvreren. Who Is The Sky? gooit die opzet in een nog hogere versnelling.
Openingstrack Heaven – een nummer van Talking Heads, er zullen nog vele volgen – is een voorproefje van de muzikale en technische hoogstandjes die het publiek te wachten staan. Voor een immens gebogen videoscherm verschijnt Byrne met drie begeleiders, die het lied ingetogen en vrijwel akoestisch vertolken. Het lijkt alsof ze op de maan staan, waar op de achtergrond langzaam de aarde opdoemt. Aha, dat is dus de hemel waar Byrne op doelt. Laten we er zuinig op zijn, wil hij ermee zeggen, we hebben er maar een van. Ondanks de euforie is de ernstige ondertoon nooit ver weg.
Het eerste deel van het optreden met de kenmerken van een Broadway-revue is ijzersterk. De achtergrond- en vloerprojecties zijn overweldigend (hoewel je die laatste helaas alleen kunt waarnemen als je een etage hoger staat), de twaalfkoppige band is indrukwekkend en de hoofdpersoon is goed bij stem. Everybody Laughs van het nieuwe album is oké, maar And She Was – midden jaren tachtig een bescheiden hit voor Talking Heads – en Strange Overtones dat Byrne schreef met Brian Eno, zijn vroege hoogtepunten in deze strak gechoreografeerde show.
Het gezelschap dat deze avond in knal oranje pakken is gestoken, verbluft met de combinatie van live gespeelde muziek en streng ingestudeerde danspassen. Tel daar het magnifieke geluid bij op en de avond kan niet stuk. Zou je denken. Maar gaandeweg dringen zich toch wat bedenkingen op bij deze uitzonderlijke aanpak.
Hoewel de Talking Heads-tracks (Nothing but) Flowers en This Must Be the Place (Naive Melody) de zaal in de benen krijgen, zakt het middendeel behoorlijk in. Nieuwe songs als What Is the Reason for It? en Don’t Be Like That vinden nog weinig weerklank bij het publiek en, tja, soms ga je je toch afvragen naar welke dansjes en formatie-loopjes je eigenlijk zit te kijken. Die zien er bij tijd en wijle oubollig en ongemakkelijk uit. Neem het stukje line dancing tijdens het met een fiddle opgeleukte Independence Day, daar word je niet echt vrolijk van. En gek genoeg gaat Byrne’s stem net als op zijn laatste plaat steeds vaker zwalken.
Opmerkelijk is dat hij de deur van zijn appartement in New York opent. Middels een 360-gradentour toont Byrne het interieur van zijn optrekje, een blik in zijn privédomein. En dat voor iemand die te boek staat als gesloten. Vol overgave zingt hij My Apartment Is My Friend, maar in alle eerlijkheid, het nummer behoort niet tot het beste in zijn oeuvre.
Gelukkig zijn er nog die onverbiddelijke klassiekers: Psycho Killer, Life During Wartime en Once In A Lifetime. Zij brengen de fascinatie voor dit project weer terug – al blijft het gemarcheer tijdens dat laatste nummer eigenaardig aandoen. Met Everybody’s Coming To My House en het onstuimige Burning Down The House nemen Byrne en zijn marching band afscheid. De grijze frontman heeft de zintuigen weer gestreeld en gepijnigd, een combi die hem volstrekt uniek maakt.
Gezien: 15 februari 2026, Afas Live Amsterdam. Daar ook te zien 16 februari.

