Mark Lanegan: overlever in een rockjungle

Foto: Steve Gullick

Foto: Steve Gullick

Door een bizarre samenloop van omstandigheden groeide de programmering van Mark Lanegan op Lowlands uit tot de meest contrasterende van dit jaar. Op die snikhete zondag in augustus – het kwik liet de dertig graden ruimschoots achter zich – maakte de zanger die de labels ‘guur’ en ‘duister’ aan zijn broek heeft hangen in de late middag zijn opwachting. De stralende dag, die snakte naar een onbekommerde, lome reggaecadans, werd geheel tegen de tropische sfeer in plotseling ten grave gedragen. Niet iedereen kon deze cultuurshock waarderen, maar de man die in toenemende mate klinkt als een kruising tussen Tom Waits en Johnny Cash, zette onverstoorbaar in met zijn huiveringwekkende Gravedigger’s Song.

Zo beschouwd lijkt Lanegan beter op zijn plek op het festival Stille Nacht, georganiseerd door poppodium Underground in Lelystad. Anderzijds is dit wel een heel grote naam voor het kleinschalige evenement vlak voor kerst. Waar onder meer Bertolf, Stevie Ann, The Felice Brothers, Tom McRae de vorige twee jaargangen van Stille Nacht bevolkten, heeft het festival met deze aardedonkere troef een naam van een ander, zwaarder kaliber op het affiche staan.

Met Screaming Trees maakte Mark Lanegan (1964) zijn entree in de muziekwereld. De jonge twintiger had op dat moment al een roetzwart verleden achter zich. Heroïne, gevangenisstraffen en afkickprogramma’s hadden zijn sporen nagelaten, toen hij met zijn band deel uitmaakte van de befaamde Seattle-sound. Met Alice in Chains, Pearl Jam, Soundgarden en Nirvana was Screaming Trees onderdeel van de door gitaren gedomineerde grungescene, maar in populariteit kon de band van Lanegan de concurrentie niet bijbenen. Hoewel de Trees na zeven albums officieel in 2000 werd opgeheven, was het bestaan van de band vijftien jaar lang een notoire aaneenschakeling van drank, drugs en vechtpartijen.

Lanegan, die in de loop der jaren telkens weer bezweek voor de verleidingen van naald en spuit, staarde zich niet blind op Screaming Trees. Na vier Trees-platen vond Lanegan de tijd rijp voor een solo-album. Daarnaast werkte de zanger samen met de meest uiteenlopende artiesten. Eén van zijn eerste projecten was een hommage aan de blues met vriend en Nirvana-icoon Kurt Cobain. Het strandde, maar Where Did You Sleep Last Night van blueslegende Leadbelly belandde wel op het eerste soloalbum van Lanegan en zou later als gedenkwaardige afsluiter schitteren in Nirvana’s MTV Unplugged concert.

Na de millenniumwisseling nam het aantal collaboraties alleen maar toe. De muzikale vagebond dook op bij de populaire woestijnrockformatie Queens of the Stone Age, vormde samen met Isobel Campbell (voormalig lid van de Schotse barokpopband Belle & Sebastian) een soort Beauty and the Beast-duo en sloot een deal met cocaïne-snuiver Greg Dulli onder de toepasselijke naam The Gutter Twins. En telkens waren de resultaten even indrukwekkend als sinister.

Dit jaar verscheen er eindelijk weer een echte soloplaat. Als tekstschrijver/componist was Lanegan er met lege handen aan begonnen. Maar al experimenterend op keyboards en synthesizers kregen de twaalf tracks langzaam vorm en kon Blues Funeral zich ontwikkelen tot een grauw grommende dodenmars. Lanegan toerde dit jaar met band; in Lelystad zal alleen gitarist Jeff Fielder hem vergezellen. In die intieme setting zullen zijn beklemmende disaster-songs, maar ook die van Screaming Trees nog dieper onder de huid kunnen kruipen.

Mark Lanegan is te zien: Festival Stille Nacht, Underground Lelystad, 22 december.

 Ook interessant deze maand:

  •   Hallo   Venray, Hedon Zwolle 7/12 – De Haagse band rond Henk Koorn bestaat een   kwart eeuw. Om dat te vieren wordt in de originele bezetting het succesalbum The   More I Laugh, The Hornier Due Gets integraal gespeeld.
  •   Zoot   Money, Bluescafé Apeldoorn 10/12 – Eigenlijk is Zoot Money de support van   The Animals deze avond. Aangezien het originaliteitsgehalte van de hoofdact   niet al te hoog ligt, gaat de aandacht uit naar de organist die in de vroege   jaren zestig zijn eigen Big Roll Band had en werkte met Eric Burdon en   Spencer Davis.
  •   Ellen   ten Damme, Burgerweeshuis Deventer 16/12 – Mooie gelegenheid om de veelzijdige artieste   aan het werk te zien op een poppodium. Opmaat met het Scapinoballet voor de   show in Paradiso.

 

Vindt u dit bericht leuk? Deel het!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *